Artur van der Lee -2016

Zavod Imeni Likhacheva (ЗиЛ), ZIL
Zavod Imeni Likhacheva (ЗиЛ), ZIL
Dag 0 - 19-02-1960
Het is al laat als Alexey en Georgy de stalen poort van de Likhachev fabriek in Moskou achter zich sluiten, nog een keer checken ze de hangsloten en dan knerpen hun laarzen door de sneeuw. Ze zijn op weg naar huis en zijn dood moe. De laatste tijd is de druk erg hoog geweest en hebben ze met een klein team de laatste hand weten te leggen aan het prototype, het laatste pre productie model van de de ZiL-130. Deze compacte vrachtwagens zullen op termijn bijna al het logistieke werk gaan doen in alle uithoeken van het onmetelijk grote Rusland. Vanaf 1962 in massa productie tot 2004 in nagenoeg ongewijzigde vorm. De motor is al van het verbeterde type, een slordige 6 ltr 8 cylinder op een simpele 5 versnellingsbak. Geen gepruts met hoge of lage gearing, altijd koppel zat. Uiteindelijk zullen er bijna 4 miljoen exemplaren worden gefabriceerd. Het is precies 21:32 als Georgy het sleuteltje omdraait en de machtige motor van truck 001803 voor het eerst tot leven komt. 2491 kilometer verder in Poortugaal nabij Rotterdam word ik op dat moment geboren.
Windveren op weg naar de bergen
Dag 20681
Het is al later dan ik gehoopt had als ik in Bukhara aankom. De weg is in de vier jaar dat ik er langs kom nog niet verbeterd. Ondanks de vele plekken waar het verkeer van baan moet wisselen omdat de andere kant in onderhoud is zit er nog niet veel schot in de renovatie. Misschien is het geld op of wordt de noodzaak vanaf hogerhand gebagatelliseerd. Dit is het stuk van de Silk Route 1200 waar ik het meeste ontzag voor heb. Ruim honderd kilometer waarin de weg gaandeweg slechter begint te worden totdat er alleen nog gaten en scheuren overblijven.
uitzicht vanuit het hotel.
Dit is inmiddels de tweede dag, de eerste dag gaat voornamelijk langs de goed geasfalteerde M37. Deze weg is breed genoeg om veilig snel te kunnen rijden. Vandaag was het een heel ander verhaal er zitten net na Samarkand enkele tientallen kilometers grof gescheurd wegdek bij en later voorbij de plaats Navoi houd de weg bijna op te bestaan. Op een gegeven moment hobbel je tussen akkers met rijst door. Het is niet voor niets dat het Aral meer bijna is opgedroogd. In de bovenloop van de rivieren die het voeden wordt al zoveel water afgetapt voor katoen en rijst dat er niet veel meer overblijft. Rijst verbouwen in een woestijn kan alleen maar een ecologische ramp tot gevolg hebben.
Start plaats vanuit de Art Hostel
Om een uur of 4 ’s middags kom ik dus aan in Bukhara een kleine woestijnstad die als je naar de monumentale gebouwen kijkt zo oud is als god zelf. Heerlijk warm vandaag maar toch ook weer niet te heet als ik afstap bij de inmiddels bekende overnachtings plaats in de school Yoslik waar ik wordt opgevangen door Alexei. Na een praatje en thee ga ik even douchen en overweeg of dit al het moment is om een ander shirt aan te trekken. Ik kan slapen in dezelfde gymzaal als vorig jaar, maar het is nog te licht en te heet binnen. Ik probeer het even maar het lukt me niet om in slaap te komen. Vandaag ook maar 280 kilometer gereden.
Wat geld voor onderweg is altijd handig.
Als dan ook andere rijders binnen beginnen te komen rond 6 uur besluit ik om alvast terug te rijden, nog redelijk fris en met een vaag plan om ’s nachts ergens te “overnachten”. De eerste 10 kilometer gaan nog door de stad en daar zijn zelfs hier en daar nog lantaarnpalen te vinden. Dan gaat de hel weer beginnen. De staat van de weg zal 60 kilometer de meeste Belgische kasseistroken doen verbleken. Half opzittend probeer ik de weg voor mij te “lezen” en ook het verkeer achter me in de gaten te houden. Ik heb precies een half uur nog van daglicht kunnen genieten om daarna het absolute zwart van de Oezbeekse nacht te gaan ervaren.
Nearly gone to the dogs....
Voor me was er al een Franse rijder in Bukhara aangekomen die ook met een ligfiets rijdt, Pascal zou naar eigen zeggen iets later dan mij weggaan als hij gegeten heeft en ik verwacht dat hij me in de loop van de nacht in zal gaan halen omdat ik nog ergens zal moeten gaan slapen al is het maar een paar uur. Later zal blijken dat Pascal op een kruising per ongeluk is omgedraaid en in het donker weer braaf zijn gps track heeft gevolgd tot hij bijna weer terug was in Bukhara. Netto meer dan 100 kilometer omgereden.
Door schade en schande wijs geworden heb ik zelf altijd gps tracks die zijn opgeknipt en lopen van checkpoint naar checkpoint, verder heb ik een data veld in mijn Garmin dat continue aangeeft hoeveel er nog over is van de “Distance to Destination”. Dit moet natuurlijk altijd minder worden tijdens het fietsen en nooit meer! Meestal krijg je dan na een paar kilometer al in de gaten al het misloopt.
Check Point 1 de Kafe Svetlana
Rond een uur of 11 heb ik al een uur of 5 stapvoets tussen de gaten door gelaveerd en af en toe is de weg weer iets beter, het ergste zit erop. In absolute duisternis kan je hier nog intens genieten van een echte sterrenhemel en als er geen verkeer in de buurt is waan je jezelf alleen op de wereld Het op jezelf aangewezen te zijn is toch al de hoogste vorm van avontuur die er bestaat en extra risicofactor is dit jaar de kou. Rond het vriespunt is het hier ’s nachts in de woestijn nabij Navoi. Gelukkig kon ik van Rafhat een paar handschoenen lenen en die doen nu goed dienst om de handen warm te houden, intussen heb ik alle kleding aangetrokken die ik bij me heb en rij met regenjack en regenbroek, ik heb het precies warm genoeg. Gek genoeg heb ik nog geen slaap. Aan de rechterkant van de weg zie ik een rij met vrachtwagens staan en zie ik op een gebouw net van de weg verlichte letters. Segurat is de naam de ik kan lezen, en het lijkt een soort restaurant te zijn. Ik loop met de fiets aan de hand over de voorplaats waar ongetwijfeld overdag de gasten buiten eten maar waar het nu te koud voor is. Net naast de hoofdingang zet ik mijn fiets neer. Ik blijf er niet te lang bij staan want dan moet je binnen 5 minuten tijd honderden vragen beantwoorden als ik ze al kan begrijpen. Meestal is het leuk maar nu is het koud en heb ik een razende honger.
Door de dorre heuvels na Jizzax
Binnen zit het stampvol en in een hoek staat een oude buizenradio te schallen. Boven zijn kamers met tafels te vinden voor gezelschappen, het lijkt een groot oud huis te zijn. De trap is monumentaal maar oud en versleten zoals alles aan het huis. Ik ga weer naar beneden en aan een tafeltje bij de deur wenken een paar mannen naar me. De meeste vinden het prachtig om een toerist aan tafel te hebben. Het zijn vrachtwagenchauffeurs en ze zijn onderweg naar Bukhara. Als ik uitleg dat ik daar net met de fiets vandaan kom beginnen ze onbedaarlijk te lachen.
Twee van mijn tafelgenoten.
Er komt iemand langs om de bestelling op te nemen, de mannen kijken elkaar aan en er zegt er één iets wat lijkt op Sjhoink? Andere herhalen het. Ik vraag aan mijn buurman wat Sjhoink is en na wat handen en voetenwerk blijkt het kippensoep te zijn. Vooraf zetten ze alvast een paar traditionele Noun broden op tafel met een dip van zure yoghurt, knoflook en verse kruiden. De man tegenover mij is de enige niet moslim van het hele stel en besteld om de feestvreugde te verhogen een flesje wodka. Om zijn avond niet te bederven stem ik toe om er ééntje mee te drinken.
Pauze op de eerste dag.
Het zijn niet de gebruikelijke lullige kleine “shot” glazen die mijn gastheer vol schenkt, het lijkt meer op kleine limonadeglazen. Ik knal de eerste enthousiast in één lange ademloze teug naar binnen…….. Twee seconden later staat mijn luchtpijp in brand en lijkt het even of die verduivelde Noord Koreanen in mijn maag een verboden kernproef hebben uitgevoerd!! Dan trekt langzaam een warme gloed door mijn lichaam. De kou verdwijnt uit mijn botten.
De weg naar Bukhara in nog steeds acceptabele vorm.
Vol bewondering kijken de anderen mij aan, deze toerist kan ook wodka drinken. Mijn gastheer heeft inmiddels mijn limonadeglas al weer tot de rand toe volgeschonken en tikt amicaal met zijn volle glas het mijne aan. En het ritueel herhaald zich. De sensatie is iets minder intens dan de eerste keer en ik weet dat ik hier niet straffeloos mee door kan gaan als ik vannacht nog verder wil fietsen.
In Chaqar Orch met de eigenaar en zijn vrouw.
Dan komt er na de soep nog een ronde Kebabs op tafel, Rundvlees Ram en Kip met een bakje snoei hete pepersaus. In de hoek loeit nog steeds de radio met populaire hits. Sommige van de mannen tappen met hun voeten het ritme tevreden mee. Dit nummer is in het Russisch, ik herken uit het refrein de woorden “Stewardess, Mini Rok (mini yubkada), Meiden (devushka), Kaviaar en Wodka Ruskaya” Ik zie aan de gezichten van de vrachtwagenchauffeurs dat het een pikant cabaretesk nummer is, sommige zingen zelfs mee. Eigenlijk heb ik geen idee waar het over gaat.
Vroege zon, de kou trekt weg, snel zal het weer bijna 30 gr. zijn.
Onder tafel zet ik uit het zicht van de anderen op mijn telefoon de Shazam App aan en wacht tot de software de muziek “herkent” heeft. Achteloos vraag ik dan of dit niet Eyyub Yaqubov is met het nummer Самолёт (vliegtuig). Sprakeloos kijken ze me aan…… bij het refrein zing ik vervolgens feilloos mee met onder tafel de fonetische versie van de Russische song tekst op m’n smartphone. Eyyub Yaqubov is een populaire volkszanger uit Azerbaijan die tot in New York volle zalen trekt maar In Nederland net zo bekend is als Stef Meeder in Novosibirsk. Als het dementerende Hammond orgel een gierende solo trekt schenkt mijn gastheer nog een keer mijn limonade glas tot aan de rand vol. Als ik ook deze weer in één keer achterover sla krijg ik een brede grijns op mijn gezicht. Het leven is goed……
In Segurat's drie sterren restaurant.
Dag 20682
Uren rij ik door het donker, er is ineens niets meer aan de hand met de weg, waarschijnlijk heeft wodka ook een helend effect op de Oezbeekse infrastructuur. Ik voel geen kou meer en vind na een poos rijden achter een paar betonblokken een mooie plek om even te kunnen slapen. Na-neuriënd met het refrein val ik in slaap. “И в мини юбке стюардесса будет девушка - Ай балам, кукла, маська, джана просто джигяря одна”
Altijd gastvrij ontvangen in Buka.
Als ik een half uur later wakker ben lig ik helemaal te bibberen van de kou, het is nu wel ijskoud zo rond het vriespunt volgens mijn kilometer teller en er begint een gemene wind op te steken. Ik weet dat ik van de weg moet zien te komen, het liefst ergens binnen waar het warm is. Op mijn Garmin zie ik dat het minder dan 20 kilometer is naar Chaqar de laatste checkpoint voor Samarkand. Als ik daar rond een uur of 3 ’s nachts aan kom zitten de hangsloten op de hekken en komt er niemand naar de poort, achter blaffen verwilderde honden. Ik moet door want het is te koud om hier een paar uur te wachten tot ze weer open gaan. Fietsen is de enige manier om warm te blijven...
Alles is dag en nacht open in Tashkent.
Slaap dronken rij ik nu verder, de gaten in de weg zijn weer gewoon groot, de wodka is uitgewerkt. Bij een andere eettent langs de weg liggen dikke kleden dubbel gevouwen op de tafels op de gasten van morgen te wachten, naast de ingang ligt een man buiten te slapen. Ik maak hem niet wakker en zet stilletjes mijn fiets tegen het hek. Daarna doe ik een plastic tafellaken om mijn voeten en onderbenen en trek het dikke kleed over me heen, onder mijn hoofd het dubbele kussentje van mijn ligfiets. In mijn regenkleding en beschut tegen de wind slaap ik deze keer bijna 3 uur. Als ik wakker wordt is het nog net niet licht maar de horizon is een zeer diep donker blauw.
Tempel complex in Bukhara
Langzaam komt de zon op en bij een half vervallen bushalte poets ik mijn tanden, klaar voor de nieuwe dag. Wind is aangezwollen tot orkaankracht en zweept de bomen heen en weer tot de kruinen bijna horizontaal staan. Tevens ontstaat er een kleine zandstorm die mijn neus, ogen en longen met een fijn zand begint te vullen. Ik begin er droog van te hoesten en mijn snelheid is soms maar 16 kilometer, ik stop vaak bij kleine winkeltjes om te drinken en beschutting te zoeken tegen de wind. Naar Samarkand was het vanaf Shakar maar een goede 100 kilometer dus ik heb tijd zat. Bijna murf geslagen door de wind kom ik om een uur of vier ’s middags bij de B&B Amir aan. Na wat gegeten te hebben ga ik gelijk naar bed en hoop dat de anderen pas veel later komen zodat ik ongestoord kan slapen.
Viktor sluit een deal voor 15 kg. granaatappels.
Dag 20683
Ik slaap als een rots en ga na een heerlijke nachtrust om een uur of twee in de nacht weer weg. Ik trek mijn regenjasje aan over mijn andere kleren want het is weer koud. Langzaam rij ik weer in het donker richting Jizzax, het is iets meer dan honderd kilometer en ik kijk uit naar de heerlijke Samsas die ze er maken. Als ik er ongeveer vijf uur over zou doen kan ik vanaf half acht in de ochtend de resterende 200 kilometer over die heerlijke snelweg afmaken. Ik zou zelfs om een uur of 2 's middags alweer bij de Kafe Svetlana kunnen zijn voor een heerlijke portie huisgemaakte pelmeni, Svetlana heeft het me op de heenweg beloofd. Dit gaat allemaal door me heen als ik buiten Samarkand na de grote politiepost de snelweg op draai. Het is een doordeweekse dag en er is weinig verkeer ik lig uren voor op de anderen en de kans dat ze me nog in kunnen gaan halen is verdraaid klein. Ik draai mijn eigen tempo en ik zie bekende plaatsen, na 4 keer begin je steeds meer punten te herkennen. Ik rij langs de plaats Yomboy en heb er al dik 40 kilometer opzitten.
Wilde paarden.
In het donker kijk ik niet vaak hoe hard ik rij en kijk maar zelden op mijn Garmin als het niet nodig is, er is maar één weg en ik ken hem uit m'n hoofd. Mij kan dit jaar niets gebeuren ik heb dit jaar zoveel gereden mijn benen zijn ijzersterk en als het straks licht is kan ik de laatste uren vol gas gaan geven.
Dan lig ik ineens op de grond en schreeuw tegen mezelf "You got to be Focking joking" mijn eerste gedachte is dat ik misschien een diep gat of putdeksel over het hoofd gezien heb? Ineens hoor ik de onmiskenbaar zware motor van een ZiL-130 achter me, ik zie nog net het rechter voorwiel uit een diep betonnen afvoer kanaal komen, het schurende geluid van gietijzer op beton geeft me kippenvel. Twee man staan beteuterd naast de truck te kijken, het begint te dagen, die gasten zijn van achteren vol op me ingereden.
Licht in de kreukels maar nog aangenaam verdoofd.
Mijn fiets zal geen meter meer rijden, het achterwiel is bijna dubbel gevouwen. Ik ben ineens behoorlijk boos op die gasten van de vrachtwagen ze hebben me in een moment van onoplettendheid de Silk Route 1200 afgenomen. Ik geef ze in het Rotterdams een flinke uitbrander en gebaar dat ze de fiets of wat daar nog van over is achter in de bak moeten gooien. Ze nemen de bevelen zonder tegensputteren aan. Later zie ik dat mijn hoofd vol bloed zit en de chauffeur wist zelf toen ook al dat hij fout was. Ik ga intussen achter het stuur zitten van de ZiL, het is mijn favorite vrachtwagen en omdat het fietsen nu is afgelopen kan ik alleen nog een andere droom proberen waar te maken door ook echt met de truck te rijden. Ik dubbel clutch een keer en wacht tot het toerental is gedaald in ram hem in zijn eerste versnelling. Geen flauw idee of Russische vrachtwagens ook een "normale" H bak hebben. Het monster schokt vooruit, de koppeling is behoorlijk direct, maar ik laat hem niet afslaan. Rechts zit al iemand naast me en de chauffeur staat links naast me in de open deur. Met zachte hand duwt hij me opzij en neemt rijdende weg het stuur over. Misschien maar beter zo denk ik. De rechter arm van mijn regenjasje, of wat daar nog van over is zit inmiddels vol bloed....
Gratis een opvouwbaar wiel.....
Net als ik denk dat ze me naar Jizzax gaan brengen draaien we van de weg af, we gaan een kleine landweg op vol met gaten waar zelfs de stugge bladvering van de ZiL moeite mee heeft. Ik vraag waar we heen gaan, ze praten wel op me in maar ik begrijp er niets van het is Uzbek of Farci wat ze spreken. Even heb ik een visioen dat ze me met mijn fiets ergens in de woestijn gaan dumpen in een diep gat waar ik nooit meer gevonden ga worden. Net als ik een plan B probeer te bedenken rijden we een plaatsje binnen. We stoppen voor de poort van het lokale ziekenhuis. Met twee verdiepingen moet het vroeger een belangrijk regio hospitaal geweest zijn. De arts van de eerste hulp word gewekt en ze duwen me naar een behandelkamer.
Brief voor de huisart of politie rapport?
Ik word op een laag bankje gezet en krijg een eerste shot, waarschijnlijk morfine, net als bij de wodka trekt na een paar seconden een warmte door me heen. Intussen hebben een stuk of 4 Uzbeekse "zusters" mij op het bankje ingesloten en zijn bezig het vuil uit de wonden te wassen. Ik krijg nog een injectie en voel me nog rustiger worden. De pijn in mijn arm en hoofd trekken verder weg. Ik kijk vanuit mijn lage positie op het bankje de kring rond en zie dat een van de dames Mickey Mouse slippers aan heeft en dat geen twee uniformen dezelfde kleur hebben. Een van de zusters heeft een mooie lach met bijna alleen gouden tanden in haar boven gebit. Langzaam als een half bewusteloze drenkeling steek ik mijn hand omhoog en hou stevig haar gladde donkerbruine arm vast. In mijn morfine roes hoor ik de tekst van Doe Maar : "Nachtzuster, Ik brand van binnen - Nachtzuster, Doe iets aan de pijn".
Als de wonden zijn dicht genaaid en alles met liters peroxide en alcohol is ontsmet moet ik ter opservatie in een kamer gaan liggen. Vervolgens komt er iemand met een scan apparaat langs en even later gaan we naar een X-Ray ruimte waar ik waarschijnlijk meer straling krijg dan dat ik twee weken in Sjernobiel was gaan kamperen. Alles lijkt in orde, niets gebroken en rond een uur of 10 zijn ook mijn vrienden geariveerd om me te komen halen. Rafhat, Rustam en Victor. Ook is er politie bijgekomen en een mevrouw die engelse les geeft en voor de vertaling moet zorgen. Op een gegeven moment staat er een oudere man met een blauw grijs camouflage pak in de kamer hij zegt niets maar Rafhat verteld me later dat het een zeer hoge politie funcitonaris is. Waarschijnlijk voor de onafhankelijkheid nog opgeleid door de KGB, een van die mannen die met een oud verlengsnoer en een Lada accu wonderen kunnen verrichten op een verdachte.
Vlak bij de plek waar het gebeurde.
De vrachtwagen chauffeur staat al die tijd ook in de kamer tussen twee agenten in en staat af en toe wat te snotteren, ik laat desgevraagd de claim op compensatie van hem voorbij gaan, ik ben al lang blij dat ik nog leef en heb het idee dat hij het niet zo breed heeft. Na wat gesteggel van Rafhat, Rustam en Viktor met de politie en de arts mag ik met ze mee terug naar Samarkand. Viktor is hoofd van de medische staf in een groot ziekenhuis in Jekaterinenburg en ik geloof dat hij bij de beslissing zijn gewicht in de schaal gegooid heeft en de plattelandsdokter me heeft laten gaan.
De patient is weer vrij om te gaan.
De chauffeur van de vrachtwagen heeft toegegeven dat hij in slaap gevallen was, buiten geef ik hem een hand en omhels hem kort. Hij bibbert helemaal. Volgens Rafhat is hij zeker voor 3 jaar zijn rijbewijs kwijt en moet hij een flinke boete betalen. Opmerkelijk was dat in het politie rapport stond dat de vrachtwagen met chassisnummer 001803 voor het eerst op de weg geregistreerd was in de regio Moskou op 19 februari 1960.
Alle foto’s in een filmpje (Silk Route 1200)
De machtige ZiL truck.